17: Opkomst en ondergang van IJ-boys


Amsterdam-Noord in de vorige eeuw
Deel 17 van 18

Door: Albert van der Vliet

Opkomst en ondergang van IJ-boys

Tuindorp Buiksloterham (Floradorp) werd opgeleverd in 1929. De nieuwbouwwijk telde 621 woningen, bestemd voor gezinnen uit krottenwijken in de binnenstad. De kinderen genoten van de ruimte die ze aantroffen in landelijk Noord. De jongens gingen voetballen. Al in 1930 werd de eerste voetbalclub opgericht: IJ-boys.

De Kamperfoelieweg was aangelegd in december 1927, maar de bebouwing aan de westkant werd in fases opgeleverd. Het eerste deel was in 1931 klaar. Het noordelijkste gedeelte kwam gereed in 1934. Het middengedeelte, tussen de dwarsstraatjes Akkerwindeweg en Haagwindeweg, werd pas in 1949 opgeleverd. Dat was tot die tijd een braakliggend terrein dat de Floradorpers ‘het koeienlandje’ noemden. Het werd begrensd door de Ribesstraat, Klaprozenweg, Klaprozenkade en Kamperfoelieweg. De Klaprozenkade liep van de Klaprozenweg, langs zijkanaal I, naar Het Laatste Stuivertje op de Buiksloterdijk (zie aflevering 11).

Chris Pruijs, geboren in 1916 en Floradorper van het eerste uur, noemt het terrein ‘een enorme speelweide’, waarop de kinderen van Floradorp zich konden uitleven. Het koeienlandje kende ook een meertje, dat behoorlijk diep was, want een jongen van De Vries, van de sigarenzaak in de Binnenhofstraat, is erin verdronken. Op een kaart van de Dienst der Publieke Werken uit 1933 staat het koeienlandje aangeduid als tijdelijk sportterrein, dat later industrieterrein werd.

Sneeuwbalstraat Campanulastraat, Amsterdam Noord
Hoek Sneeuwbalstraat – Campanulastraat (met graffiti). Foto van J.H. Mulder jr., architect van Floradorp, 20 oktober 1932. (Foto: Stadsarchief Amsterdam)


Er werd vooral gevoetbald op het koeienlandje. Al snel werden er voetbalverenigingen opgericht. De eerste was IJ-boys in juni 1930, dat zich aansloot bij de Amsterdamse Volks-Voetbalbond, de AVVB. De AVVB was opgericht in 1904. Er bestond al vanaf 1894 een Amsterdamse Voetbalbond, maar deze AVB stelde eisen aan verenigingen waar jonge volksclubs niet aan konden voldoen.

Een jubileumuitgave van de IJ-boys beschrijft hoe er werd gevoetbald in het eerste seizoen. In het begin deden bezemstelen dienst als doelen. Later werden deze vervangen door doelpalen, maar er was nog geen afrastering. Het fel meelevende publiek omzoomde het veld, dat daardoor grillige vormen aannam. De toegang was gratis en dat maakte van IJ-boys een concurrent voor de Volewijckers dat vanaf 1926 op het Mosveld speelde.

De clubkas van IJ-boys werd gespekt door de familie Herders, die in een tent bij het voetbalveld limonade, gevulde koeken en andere versnaperingen verkocht. De familie Hartman had een schoenenwinkel aan de Kamperfoelieweg op de hoek van de Pinksterbloemstraat. De voetballers van IJ-boys konden in de winkel terecht om zich om te kleden. Hartman bewaarde ook de doelpalen en ballen.

Kamperfoelieweg oostzijde, Amsterdam Noord
Hoek Sneeuwbalstraat – Campanulastraat (met graffiti). Foto van J.H. Mulder jr., architect van Floradorp, 20 oktober 1932. (Foto: Stadsarchief Amsterdam)


In 1931 speelden het eerste en tweede elftal vriendschappelijk in en tegen Aalsmeer. De IJ-boys gingen er naartoe op de fiets. Een supporter heeft een verslag geplaatst in De Noord-Amsterdammer: ‘Om ongev. 9 uur vertrokken de Boys van het clubcafé vergezeld van enige supporters(sters). De stemming was opgewekt en vroolijk wat nog aangroeide toen spelers, die in de stad wonen zich bij ons aansloten. De tocht naar Aalsmeer verliep dan ook recht gezellig, vooral toen er nog een paar mondorgels voor den dag kwamen. Ongev. 10.45 kwamen wij op het terrein van Aalsmeer aan, waar het 2e elftal meteen moest spelen.’

Het tweede elftal verloor en het eerste won. ‘En toen ging het weer vroolijk en gezellig huiswaarts, en kwamen wij om ongeveer 5.45 uur in ons clubcafé aan. Dit uitstapje is de leden zoo goed bevallen, dat het Bestuur wel weer gauw nog eens zoo’n uitstapje zal organiseren.’ Pruijs noemt nog een paar verenigingen die op het koeienlandje speelden, waaronder Flora Boys.

In het geschiedenishoofdstuk op de website van SV Kadoelen staat dat de tweede voetbalvereniging uit Floradorp in 1953 is opgericht. Misschien was Flora Boys al eerder een vereniging, die vriendschappelijk uitkwam tegen IJ-boys op het koeienlandje, maar had de club nog geen officiële status.

In het eerste seizoen kon IJ-boys drie seniorenelftallen op de been brengen en twee aspirantenteams. De club van Floradorp verhuisde in 1932 naar Kanaaldijk 128, voorbij de krijtmolen. Dankzij de zelfwerkzaamheid van de leden beschikte IJ-boys over kleedkamers en een kantine, die ‘de keet’ werd genoemd. In 1933 werd IJ-boys kampioen van de eerste klasse AVVB en promoveerde naar de eerste klasse AVB.

Net als de andere voetbalverenigingen in Noord, DWV bijvoorbeeld, is IJ-boys vaak verhuisd. Die tegenslagen in het clubbestaan zijn altijd opgevangen door de voetballers zelf en de gemeenschap waar ze deel van uitmaakten. De sociale samenhang is verloren gegaan naarmate het dorpsleven in Noord verdween en het meer anonieme stadsleven ervoor in de plaats kwam. Veel voetbalclubs in Noord bleken niet opgewassen tegen de moderne tijd. Bij fusievereniging s.v. Kadoelen zijn vanaf 1980 verschillende, gestrande voetbalclubs uit Noord samengekomen.

Het veld aan de Kanaaldijk was onbespeelbaar geworden zodat er naar een ander terrein werd uitgekeken. In 1935 kon IJ-boys een terrein huren van boer Langeveld aan de Leeuwarderweg, achter de velden van DWV en VVA (dat later RKVVA ging heten en nog later Rood-Wit A). IJ-boys had een houten school opgekocht en dat hout werd gebruikt om een clubhuis, kleedkamers en een kantine te maken. Dat deden de leden van de club zelf uiteraard.

Aan de Leeuwarderweg, waar IJ-boys de beschikking had over drie speelvelden, begon een bloeiperiode. Er werd een jeugdcommissie ingesteld. Het aantal jeugdelftallen nam toe, waardoor er meer jonge talenten konden doorstromen naar het eerste seniorenelftal. De voetballers wasten zich na de wedstrijd met opgevangen regenwater. Voor de kantine werd ‘over een grote afstand’ drinkwater gehaald in melkbussen. De clubavonden vonden plaats bij de verlichting van petroleumvergassers. Pas aan het eind van de jaren vijftig werd IJ-boys aangesloten op elektriciteit en stromend water.

In 1963 moest IJ-boys opnieuw verhuizen nadat de club bijna dertig jaar aan de Leeuwarderweg had gespeeld. Daarna begon een hopeloze periode waarin de club geen eigen speelveld kende. IJ-boys zwierf van hot naar her. In het Vliegenbos deelde IJ-boys, dat achttien elftallen telde, één veld met MVKV, een andere vereniging uit Noord waarover vooralsnog niets bekend is. De lagere elftallen van IJ-boys speelden alleen uitwedstrijden.

Daarna speelde IJ-boys als onderhuurder op de sportparken Elzenhagen, Buiksloterbanne en bij Schellingwoude. Kantine-inkomsten had de club niet. Het eerste elftal pendelde heen en weer tussen de AVB en de vierde klasse KNVB. Pas in 1971 brak er weer een bloeiperiode aan. IJ-boys kreeg eindelijk een eigen accommodatie, op De Weeren. Het sportpark ligt bij Nieuwendam-Noord, aan de andere kant van de ringweg. Het nieuwe clubgebouw was klaar in 1973.

In het seizoen 1978-1979 heeft IJ-boys maar liefst 27 voetbalteams in competitie, een record. Zes seniorenelftallen spelen hun wedstrijden op zaterdag en zeven doen dat op zondag. Verder brengt IJ-boys zeven juniorenelftallen op de been, vijf pupillenteams en drie miniteams. In 1990 wordt met veel elan een tweede jubileumboek uitgebracht: ‘IJ-boys zestig jaar’. Daarna werd het stil rond a.f.c. IJ-boys dat ooit begon op het koeienlandje. Misschien is de afstand tussen Floradorp en sportpark de Weeren het struikelblok geworden voor de oude club uit Noord.

Voetbal in Noord vóór 1940

Hieronder in het kort de voetbalverenigingen in Noord, die zijn opgericht vóór 1940. Er waren in die periode nog enkele clubs actief, maar daarover is weinig of niets bekend.

1912: DWV; Door Wilskracht Verkregen, voetbalclub in Nieuwendam.

1919: OSV; Oostzaanse Sportvereniging, club in Tuindorp Oostzaan.

1920: de Volewijckers, club in de Nieuwendammerham, vanaf 1926 op het Mosveld.

1921: VVA, voetbalvereniging Augustinus, vernoemd naar de parochiekerk in Nieuwendam. VVA heet vanaf 1940 RKVVA, de rooms-katholieke VVA. In 1957 wordt de club omgedoopt tot Rood-Wit A(msterdam). In 1999 gefuseerd met Schellingwoude. Nieuwe naam: ASV (Amsterdamse sportvereniging) De Dijk. 1923: Meteoor, voetbalvereniging in Tuindorp Oostzaan.

1929: MVZ en KMVZ, voetbalclubs van de Maatschappij voor Zwavelzuurbereiding, in Noord beter bekend als Ketjen. Het bedrijf was opgericht in 1835 door G.H. Ketjen, B. Tideman en J.L. Larman.Ketjen is geëvolueerd tot het huidige AkzoNobel. MVZ was de voetbalclub voor handarbeiders, die op zondag speelde en tijdens de oorlog werd opgeheven. KMVZ was de afdeling voor het kantoorpersoneel, die op zaterdag speelde. De ‘K’ staat voor kantoorpersoneel. KMVZ is opgegaan in s.v. Kadoelen. Het eerste speelveld van beide clubs bevond zich tussen het Vliegenbos en het fabrieksterrein. Dat voetbalveld werd ‘De hel van Ketjen’ genoemd. Die naam verwees niet naar de aard van de voetballers, wel naar de stank van de fabriek.

1930: IJ-boys. Voetbalclub van Floradorp en Kamperfoelieweg. Heeft zestig jaar bestaan en is nadien opgeheven. (IJ-boys werd op alle mogelijke manieren geschreven, door de club zelf en in de pers: IJ-BOYS, IJ-Boys, IJ-boys, ook zonder verbindingsstreepje en de IJ wordt ook wel vervangen door een Y. De naam wordt soms voorafgegaan door A.F.C., Amsterdamse Football Club, al dan niet gevolgd door ‘de’ of ‘De’.)

>> Ga verder naar deel 18: Gas, licht en afval in Noord  
Bronnen:
1. Loek Bertels. Negentig jaar DWV, 1912-2002; van Nieuwendammer dorpsclub tot toonaangevende amateurvereniging. Een uitgave van DWV, oktober 2002.
2. De Volewijckers, 1920-1995; de roemruchte geschiedenis van a.s.c. de Volewijckers door Tip de Bruin.
3. www.svkadoelen.nl; geschiedenis: KMVZ, Flora Boys.
4. www.asvdedijk.nl; historie Schellingwoude en Rood Wit-A.
5. www.svdemeteoor.nl; geschiedenis vanaf 1923.
6. www.osv-amsterdam.nl; historie.
7. Wikipedia: Ketjen.
8. Vijftig jaar a.f.c. IJ-boys, 1930-1980. Samenstelling: C.P. Ellenbroek, Bob Knies en Joop van Daalen.
9. Amsterdam aan de overkant van het IJ, deel II. De haven, landelijk en oud Noord, de tuindorpen, Nieuwendam en Oostzaan. Van mensen en bedrijven die voorbij gingen, gebleven en gekomen zijn. Amsterdam, 1997. Met bijdragen van Chris Pruijs.
10. Stadsatlas Amsterdam; stadskaarten, straatnamen verklaard. Redactie Martha Bakker. Amsterdam, 1998.
11. Françoise Paulen. Atlas sociale woningbouw Amsterdam. Amsterdamse Federatie van Woningbouwcorporaties, 1992. Totaaloverzicht van het woningbezit van woningcorporaties in Amsterdam in plattegronden, foto’s en eigendomsgegevens.

© 2011-2012 Albert van der Vliet
Op deze publicatie berust auteursrecht. Niets uit deze publicatie mag op enigerlei wijze worden gepubliceerd zonder voorafgaande toestemming van Albert van der Vliet.