18: Gas, licht en afval in Noord


Amsterdam-Noord in de vorige eeuw
Deel 18 van 18

Door: Albert van der Vliet

Gas, licht en afval in Noord

Noord heeft twee nutsbedrijven gekend voor de hele stad: de elektriciteitscentrale en de vuilverbranding. Beide lagen naast elkaar in de Buiksloterham en zijn in de loop van de vorige eeuw opgeheven. In de Nieuwendammerham heeft een kleine gasfabriek gestaan. In het fabrieksgebouw is nu een aanneembedrijf gehuisvest.

Noordergasfabriek, Amsterdam Noord
De Noordergasfabriek in de Mokerstraat, gebouwd in 1913, is gerestaureerd door het aanneembedrijf dat er in gevestigd is. (Foto: AvdV)


In het begin van de vorige eeuw was er vooral industrie gevestigd aan de noordelijke IJ-oevers. In de Nieuwendammerham waren dat Ducroo & Brauns, ADM, Verschure & Co, Kromhout en Ketjen. De Buiksloterham bood plaats aan Shell en Java-Hout. De bedrijven wilden gebruik kunnen maken van gas. De woningbouwverenigingen die in de hammen wilden gaan bouwen, vroegen de gemeente eveneens om gastoevoer. Corporaties als De Algemene Woningbouwvereniging, Eigen Haard, Het Oosten en Dr. Schaepman wilden voorkomen dat hun nieuwe huurders nog op een petroleumstel moesten koken.

Gasfabrieken
De straten in Nieuwendam en Buiksloot werden nog verlicht met petroleum. Deze nog zelfstandige gemeenten wilden ook gebruikmaken van gas. De gemeente Amsterdam besloot daarom een nieuwe, kleine gasfabriek te bouwen in Noord. Vanaf 1913 waren de huismoeders in Noord verlost van het geknoei met peterolie. Bovendien had Noord een primeur: de straatverlichting werd automatisch ontstoken vanuit de gasfabriek.

J. F. Wagener vermeldt niet of de andere dorpen in Noord ook behoefte hadden aan gas. In 1921 zouden die dorpen geannexeerd worden door Amsterdam. Wagener was bedrijfs-chef van de Zuidergasfabriek. Zijn bijdrage over de geschiedenis van de gasvoorziening maakt deel uit van het themanummer over energie in Ons Amsterdam van oktober 1953.

In West en Oost stonden eind 19de eeuw al gasfabrieken, de Westergasfabriek aan de Haarlemmerweg (1885) en de Oostergasfabriek aan de Linnauesstraat (1887). Deze twee fabrieken waren eigendom van de Imperial Continental Gas Association, de ICGA, een Engelse maatschappij. In 1898 besloot de gemeenteraad de gasfabrieken zelf te gaan exploiteren als Gemeente-Gasfabrieken.

De Noordergasfabriek werd in hetzelfde jaar gebouwd als de grote Zuidergasfabriek, in 1913. De Oostergasfabriek werd gesloten in 1923 en ging fungeren als distributiestation. Hetzelfde gebeurde met de Noordergasfabriek in 1924. De Noordergasfabriek is als industrieel erfgoed bewaard gebleven. In de fabriek aan de Mokerstraat 20 is gevestigd INT BV (Interieur Timmer Aannemingsbedrijf Noord), dat het complex eerst heeft gerestaureerd.

Elektriciteit
Eind 19de eeuw was niet alleen de leverantie van gas gemeentelijk geworden, maar ook die van elektriciteit. Amsterdam had in 1892 een eerste elektriciteitscentrale gekregen, aan de Haarlemmerweg. De centrale was eigendom van de N.V. Electra, opgericht in 1888, een Maatschappij tot het exploiteren van Electrische Centraalstations. De gemeente besloot nog in hetzelfde decennium de levering van elektriciteit zelf te organiseren. In 1899 werden de Gemeente-Electriciteitswerken opgericht. Aan de Hoogte Kadijk in Oost werd eind 1903 de eerste gemeentelijke elektriciteitscentrale in bedrijf genomen. Bovendien nam de gemeente in 1913 de N.V. Electra over.

De opvolger van de elektriciteitscentrale in Oost werd gebouwd in Noord. De elektriciteitscentrale in de Buiksloterham ging open in 1918 en kreeg een belangrijke uitbreiding in 1930, de Noord II. De centrale was gelegen tussen de Papaverweg en het Van Hasseltkanaal. Noord II is gesloten in 1982, Noord I was al eerder dichtgegaan. Noord werd opgevolgd door de Centrale Hemweg in Amsterdam-West, die al in 1953 actief werd.

De Gemeente-Gasfabrieken en de Gemeente-Electriciteitswerken zijn altijd elkaars concurrent geweest. De een adviseerde huisvrouwen te koken op gas, de ander pleitte voor elektriciteit. In 1917 ging de gemeente over op elektrificatie van de openbare straatverlichting. Pas op 1 januari 1941 zijn de twee gemeentebedrijven gefuseerd tot Gemeente-Energiebedrijven (GEB).

Vuilverbranding
De geschiedenis van het Amsterdamse afval is beschreven door Marius van Melle in het ‘Vuilnisboekje’. Het is geschreven in opdracht van de Stadsreiniging – een fraai document. In het begin van de vorige eeuw, schrijft Van Melle, ging Amsterdam twijfelen aan het dumpen van afval op belten in de stad of daarbuiten. De meest hygiënische oplossing leek vuilverbranding te zijn. Dat was ook minder belastend voor het milieu, wat toen al een rol speelde.

In 1902 en de jaren daarna verscheepte de Stadsreiniging nog afval naar Oostzaan, Landsmeer en Ilpendam, waar het werd gestort in rietplassen. Ten westen van het Noordhollands Kanaal werd ook vuil gestort. In 1913 besloot de gemeenteraad een Vuilverbranding te bouwen in Noord, aan zijkanaal I, een van tien zijkanalen van het Noordzeekanaal. Drie van die zijkanalen liggen in Noord. Zijkanaal H ligt op de grens van Zaandam en Tuindorp Oostzaan. Zijkanaal I verbindt het afgesloten IJ met de Oostzaner Overtoom. Er is geen zijkanaal J. Zijkanaal K loopt van de het afgesloten IJ naar de haven van Nieuwendam.

De Vuilverbranding zou tevens komen te liggen aan het in 1908 gegraven westelijk deel van het Van Hasseltkanaal en aan de Papaverweg. Aan de oostzijde van de Vuilverbranding lag de Elektriciteitscentrale. Beide nutsbedrijven traden in werking in 1918. In 1919 werd de Vuilverbranding officieel geopend door burgemeester Tellegen. Het gebouw bestond uit acht ovens met ieder een eigen pijp. De installatie bleek al snel te klein, maar het zou tot 1966 duren voordat er een belangrijke uitbreiding gerealiseerd werd: AVI-Noord. AVI betekent afvalverwerkingsinstallatie. ‘Afval’ verving het onvriendelijke ‘vuil’ in de naam.

In mei 1969 ging de nieuwe AVI-Noord van start. De acht kleine ovens waren vervangen door vier grote en de nieuwe installatie kreeg twee pijpen van 103 meter hoog. Ook deze AVI bleek al snel te klein. In 1980 zou AVI-Noord er een vijfde oven bij krijgen, maar dat stuitte op verzet. De milieuactiegroep Tegengif uit Nieuwendam tekende protest aan en dat werd toegekend door de Raad van State. Uitbreiding van de AVI vormde een bedreiging voor het milieu in Noord. De Stadsreiniging moest uitwijken naar het Westelijk Havengebied, waar een nieuwe AVI werd gebouwd die in 1993 open ging. In hetzelfde jaar zijn de twee grote schoorstenen van de voormalige vuilverbranding aan zijkanaal I opgeblazen.

>> Eind van de serie; ga naar het overzicht voor alle afleveringen   
Bronnen:
1. Marius van Melle. Vuilnisboekje. Geschiedenis van het Amsterdamse afval. Gemeente Amsterdam, Afval Energie Bedrijf (344 pagina’s, veel foto’s). Amsterdam, 2003.
2. Jubileumnummer GEB, Ons Amsterdam, vijfde jaargang, oktober 1953.
3. Wikipedia. Noordzeekanaal en zijkanalen.
4. Historisch Centrum Amsterdam-Noord (HCAN). Nieuwendammerham, een eeuw lang bedrijvigheid. Amsterdam, 1998.
5. HCAN. Werken en wonen in de Buiksloterham; de geschiedenis van een voormalige polder. Amsterdam, 1992.

© 2011-2012 Albert van der Vliet
Op deze publicatie berust auteursrecht. Niets uit deze publicatie mag op enigerlei wijze worden gepubliceerd zonder voorafgaande toestemming van Albert van der Vliet.