Vissen en fikkie

Het park en wij

Het is al eerder opgeschreven: het Volewijckpark was voor de oudere Noorderlingen vooral wandelgebied. Voor alle kinderen van een zekere leeftijd een speeltuin. In dat spel had het water van vijvers en sloten de grootste aantrekkingskracht. Je kon er vissen en slootjespringen, en dat deze de jongeren dan ook.

Ron:
Natuurlijk visten wij ook in de vijver, maar wel onder de afhangende takken van de treurwilg die een prachtige dekking bood. De parkwacht, die wij ‘platpet’ noemden, mocht ons natuurlijk niet betrappen. Eens vingen wij een grote zeelt, die door mijn moeder thuis werd klaargemaakt. Maar de smaak viel enorm tegen, weet ik nog.

Nico:
We ontdekten welke vissen er in de vijver zaten en hoe je met een draadje garen, een luciferhoutje en een regenworm stekeltjes kon vangen en dat sommige niet tien, maar drie stekels hadden. En waar uilen geduldig zaten te wachten totdat het donker werd.

Koningin Juliana
Voor zover ik kon nagaan heeft Koningin Juliana eenmaal een wandeltocht door Noord gemaakt ‘…voor een bezoek aan getroffen stadsdeel’, aldus een kop in Trouw van 28 januari 1947. Bekend is dat met ‘getroffen stadsdeel’ de Vogelwijk wordt bedoeld, waar in de Tweede Wereldoorlog een groot aantal huizen bij bombardementen zijn beschadigd of verwoest. Het was dus geen actueel bezoek. De route die de koninklijke stoet volgde, ging over de Meeuwenlaan, Nieuwendammerdijk, Tuindorp-Nieuwendam, Waddenweg, Adelaarsweg en volgens Trouw ‘… langs het in winterschen tooi pronkende Volewijckpark, over de brug over het Noordhollandsch kanaal naar het Hagedoornplein.’ In enkele berichten over het Volewijckpark wordt gerept van Julianapark. Misschien wist de koningin van niets.

Ria:
Ik woonde als kind achter het Astoria theater en liep iedere week naar mijn grootouders op de Nieuwendammerdijk. Had ik er het geld voor (over) dan nam ik het bootje van Ome Piet. Met zijn roeiboot voer hij naar de overkant van het Noord-Hollandskanaal. Dat kostte vijf centen en dat maakte de route de helft korter dan wanneer ik via de Kraaienpleinbrug liep. Wie was die ome Piet? Hij had een stukje grond aan het jaagpad langs het Noord-Hollandskanaal aan de kant van het Volewijckspark, waar hij aardappelen en groente verbouwde. Als bijverdienste zette hij met zijn roeibootje mensen over naar de kant van het Florapark.

Fotobijschrift:

Van het bootje van Piet zijn voor zover ik heb kunnen nagaan geen afbeeldingen. Het geheel zal er ongeveer zo hebben uitgezien. Foto: Jan Zeegers

vissen

Dick:
De route van de Adelaarsweg naar het Floraparkbad kon behoorlijk bekort worden met ‘het bootje van Piet’, wat meer dan een kwartier omlopen via Buiksloot scheelde. Kostte vijf cent en om die op je ouders te veroveren, was enige strategie vereist: een karweitje, een belofte of een goed cijfer op school. Of gewoon lang doordrammen.

Ron:
Ik woonde op de Fazantenweg en heb heel wat voetstappen liggen in het park, over het slootje heen, naar de volkstuintjes langs het kanaal. De foto is niet perfect, maar duidelijk is de grote vijver te zien. Deze foto van mijn moeder en ik is genomen in 1950/1951.

Dick:
Elk park heeft natuurlijk een plek waar tuinlieden of parkwachters bijeengeharkte dode bladeren deponeren. Zo’n plek bestond dus ook in het park, een beetje verscholen aan het eind, vlak bij de ijsbaan en het zwarte bruggetje. Om die enorme hoop bladeren op te ruimen, bestond een afdoende manier, namelijk verbranden. Maar niet nadat er in die hoop afval geschopt werd, totdat iedereen baldadig werd en er na een aanloop ruggelings insprong. Moegespeeld en moe gesprongen keken we daarna toe hoe de tuinmannen er de fik in staken, met een rookontwikkeling als van duizenden paffers.

Ik herinner me de keer dat ik na een of andere stommiteit drijfnat bij die plek aankwam. Misschien was ik weer eens door het ijs gezakt, maar waarschijnlijker is dat ik mijn slootjespringtalent had overschat en ‘een nat zeikie’ had opgelopen. Zo kon ik niet thuiskomen. Om te drogen heb ik een deel van mijn kleding in de warmte van het vuur gehouden, maar ook in de rook. Nietsvermoedend van de gevolgen van die droogactie kwam ik thuis. Waarop mijn moeder mij, geheel terecht, voor straf naar bed stuurde. ‘Je hebt zeker fikkie gestookt’, luidde de overtreding. Nee, het was anders! De straf bleef.


Gerelateerd:


© 2026 Dick de Scally. Op deze publicatie Vissen en fikkie berust auteursrecht.

Overzicht alle afleveringen “Het park en wij“.

Dick maakt deze serie geheel op eigen titel.
Reageren op Vissen en fikkie? Voor nu kunt u contact met de redactie opnemen via de link onderaan de website.

Wij sturen dan uw mail door naar Dick.

Op de hoogte blijven van toekomstige artikelen in deze serie?
Schrijf u dan in op de nieuwsbrief 


Amsterdam Noord