Bevrijding

In april 1945 werden de Duitsers uit Groningen verdreven. Maar dat betekende nog niet dat Duitsland gecapituleerd had. Het was nog geen vrede en dus bleef het oppassen en afwachten. Voorzichtig werd de ravage van de oorlogs-schermutselingen opgeruimd en kwam de hulp aan de bevolking op gang. 

Wim Mulder bracht een groot deel van zijn jeugd door in Amsterdam-Noord. (9 tot 15 jaar). Daarvoor woonde hij in Groningen en Winschoten en heeft zijn herinneringen daarover ook op papier gezet. Om chronologische reden start hij deze serie met de eerste 2 plaatsen en vervolgt daarna met een tiental verhalen over zijn jeugd in Amsterdam-Noord.
Deze aflevering speelt zich af in Groningen.

Op zekere dag verscheen er een truck met oplegger in de straat. Zo’n cabine met een aanhanger erachter. Die aanhanger had in het midden een verlaagd gedeelte en daar stonden in de deuropening een paar zusters in smetteloos wit kostuum met een mutsje op, met daarop een fel rood kruis. Het was een Zweedse Rode Kruis wagen die brood kwam uitdelen.

De buurt stroomde toe. Kinderen mochten vooraan staan en de ouders daarachter. Natuurlijk stond ik er ook bij en lekker vooraan. Het zustertje gaf mij een plak witbrood, mijn moeder kreeg een heel brood. Ik heb dat plakje eens bekeken, eraan geroken, maar het leek niet op het zure Duitse brood dat wij gewend waren. Bovendien was het zo wit als papier. Nou dat kon niet goed zijn. Met een grote boog heb ik het weggegooid. Maar toen barstte de bom. Ik kreeg een lading kritiek over me heen en was een “verwend kreng”. Mijn moeder maakte zich snel uit de voeten, maar van mijn oma kreeg ik nog een paar rake klappen. En toch vond ik het roggebrood wat mijn vader bakte in de asla van de kachel een stuk lekkerder.

(De tekst loopt verder onder de video)


Omdat het feest was en de bevrijding gevierd moest worden trakteerde mijn moeder op gebakjes. Nou ja, gebakjes waren voor mij dingen van een andere planeet, maar wat mijn moeder maakte kwam wel een beetje in die richting. Ze nam een Maria biscuitje, deed er pudding op, daarop weer een Maria biscuitje die aan de bovenzijde voorzien was van een laagje geglazuurd suiker. Heerlijk zoet en smakelijk . Wat een kunstenares.

Trouwens snoepjes maakte ze ook zelf. Die waren niet te koop, of veel te duur. Ze deed het als volgt. Smolt suiker, voegde er wat beschuitkruimels aan toe. Kneedde het tot een zacht substantie. Maakte er een rol van en knipte daar stukjes van ca. 2 cm vanaf. Dit gaf de vorm van een kussentje. Poederde het in met wat bloem en voila: snoepjes.

Als kind vierden wij ons eigen bevrijdingsfeestje. Op staat lag namelijk zoveel kapot en afgedankt oorlogstuig dat wij ons er goed mee konden vermaken. Patroonhulzen, soms nog scherpe patronen en onderdelen van mitrailleurs, stenguns, helmen, en ander militair goed.

De patroonhulzen waren favoriet. De een zette een rijtje rechtop achter elkaar en de ander moest, vanaf enige afstand, met een loden kogel proberen een of meerdere hulzen om te gooien. Lukte dat dan waren de omgegooide exemplaren voor jou. 

Zo kon het gebeuren dat ik na een middagje “kegelen” met een broekzak vol munitie thuiskwam. Meestal lege patroonhulzen, maar ook scherpe patronen met kogel en ontstekingsmechanisme. Mijn vader was dan laaiend en verbood mij nog langer aan dit spelletje mee te doen. Jammer , want de prijs van koper is niet mis en het geld lag dus voor het oprapen. Maar dat besefte hij toen niet en een gezond kind zonder kogelgaten in zijn lijf is ook wel wat waard !

De Canadezen bleven niet lang in Groningen. Ze moesten verder oprukken naar het oosten en ze moesten zich hergroeperen. Daartoe was een commandopost ingericht in een woning aan de Paterswoldseweg. Jeeps met ordonnansen en verbindingsmensen reden af en aan. Stopten voor het pand, haalden instructies op en dan weer verder. Soms lieten ze zelfs de motor van de jeep aanstaan. Dat was voor ons kinderen het moment om snel in de jeep te duiken en op het gaspedaal te drukken. En waarachtig, de jeep kwam in beweging. Dan er snel uit en wegwezen, want het gerucht ging dat die Canadezen heel hard konden slaan.

Ze hebben me gelukkig nooit te pakken gehad en ik heb me verder rustig gedragen door, op een afstand, naar het slopen van afgebrande gebouwen te kijken. Dat was het allereerste begin van de wederopbouw van de stad Groningen na de bevrijding. Helaas heb ik de verdere revival van Groningen niet bewust meegemaakt, want in 1947 verhuisden we naar Winschoten.


Bekijk alle afleveringen “Mijn jeugd in Amsterdam-Noord

© 2022 Wim Mulder. Op deze publicatie berust auteursrecht.

Wilt u contact opnemen met Wim mulder?
Dat kan door de redactie een mail te sturen. Wij sturen uw bericht dan door naar Wim.


AmsterdamNoord.com

Waardeer onze website!!

Als je onze website waardeert en je waardering wilt laten blijken met een vrijwillige bijdrage: graag!
(PS, wil je de overmaking helemaal afronden? We zien best vaak niet afgeronde overmakingen staan en dat is zonde)



Mijn gekozen vrijwillige bijdrage € -