De ‘Lange Brug’

Enige weken gelden schreef ik een stukje over de Lange Brug. Ik ontving daarna van Ruud van der Sluis (Stichting NDSM- Herleeft) een brief met veel aanvullende gegevens. Ik wilde die u niet onthouden dus hieronder volgt zijn tekst met dank aan de auteur.


De ‘Lange Brug’
1921-4-13 sorteerterrein en de lange brug in aanbouw

De ‘Lange Brug’.
Het zal met name bij de oude generatie in Amsterdam Noord een begrip zijn, de Lange Brug. Of ook elke noorderling op de hoogte is van de geschiedenis van deze brug  is dan nog maar de vraag.

We gaan eerst een stuk terug in de tijd, ten tijde van de aanleg van het Noordzeekanaal. Dit kanaal is deels ontstaan door afgraving (vanaf Velsen tot de Noordzee) en voor een groter deel door inpoldering van het Wijkermeer en vooral het IJ, toen een  enorme plas water met getijden.
De inpoldering vond plaats ten zuiden en ten noorden van het IJ. De toen ontstane polders, de een groter dan de ander, kregen een nummer, ter hoogte van Buitenhuizen te beginnen met nummer I en als laatste nummer VIII. Deze laatste polder zou ook bekend worden als de Noorder IJ polder. Tussen de polders ontstonden de Zijkanalen A t/m I (=i). 

Polder VIII, de Noorder IJ-polder werd ten zuiden begrensd door de Noorderlijke Kanaaldijk die het IJ-water keerde, ten westen en oosten respectievelijk door de buitendijkse Zijkanalen H en I en ten noorden door de Oostzaner Zeedijk daar waar later Tuindorp Oostzaan zou verrijzen. De Oostzaner Zeedijk die was verstevigd met enorme zwerfkeien, verloor daarmee niet allen zijn functie als waterkering maar ook een deel van de naam. Het woord zee in de naam werd geschrapt en decennia later werden, helaas, ook de zwerfkeien geruimd.  Nu was daar een kale polder, het water via het stoomgemaal  aan de Molentocht weggepompt in het IJ en de polder verkaveld. De inrichting van de polder blijft, op het zuidoostelijke deel na, hier buiten beschouwing. De enige activiteiten in de polder, op de bodem van het IJ tot dan, betrof agrarische bedrijfsactiviteiten. Maar dat ging veranderen in 1915. 

De Nederlandsche Scheepsbouw Maatschappij N.V. (NSM) sinds 1894 gevestigd op de Oostelijke eilanden, op Oostenburg, moest omzien naar een andere en ruimer bemeten locatie. De werf had een luxeprobleem, de bouwopdrachten rezen de pan uit en zo verging dit ook de afmetingen van de schepen. Uiteindelijk zou zich een situatie gaan voordoen, zo had men voorzien, waarin het nóg groter bouwen onmogelijk zou worden. De diepte van de Dijksgracht was te gering om de schepen die van stapel liepen nog voldoende bodemvrijheid te kunnen garanderen.  Het vastlopen van het schip zou niet alleen de schroef en het roer beschadigen maar het idee dat een schip zou blijven steken zou natuurlijk een ramp zijn voor elke scheepsbouwer. Bijkomend bleek ook nog de draai naar en de passage door de Oosterdoksdoorgang naast het Centraal Station een risicovolle operatie werd.

1930 profielsorteerterrein. c.douweskanaal met rechts de c.douwesweg

Waar ging de NSM heen, de opties bij Schellingwoude en Nieuwendam vielen af.  Maar, Eureka!, de Noorder IJ-polder bood alle ruimte. De voorliggende inspanningen laten we hier even buiten beschouwing. Hoe dan ook verkreeg de NSM op 24 december 1915 het zuidoostelijk deel van de polder in erfpacht. De oppervlakte bedroeg 105.000 m² grond en water.  Dit ging niet zonder slag of stoot, er moest een dwarskanaal worden gegraven, officieus ook wel het Cornelis Douweskanaal genoemd, de grond moest bouwrijp worden gemaakt en aansluitend moest de nieuwe werf van de grond af worden opgebouwd. De voorbereidingen waren in volle gang, bouwtekeningen gemaakt en plannen uitgewerkt. Een probleem bleek de gaande zijnde Eerste Wereldoorlog. Beschikbare arbeidskrachten en materiaal waren beperkt of niet voor handen. Hoe dan ook begon de bouw van de betonnen hellingen reeds in 1917. Tot zover.

Er was nog een ander probleem, waarin overigens wel voorzien was n.l. de bereikbaarheid van de werf. In een tijd dat openbaar vervoer, zeker richting Tuindorp Oostzaan, niets voorstelde en het bezit van een fiets ook niet voor iedereen was weggelegd, moest er een aanvaardbare oplossing komen voor het werkvolk. Vanuit de ‘stad’ was er aanvankelijk geen echte optie en vanuit noord, lag het Zijkanaal I in de weg.  Een omweg via de Oostzaner Overtoom was een alternatief vanuit noord en de randgemeenten.  

In de erfpachtovereenkomst was daarin reeds voorzien. Zo is (ingekort) vermeld: “de Gemeente bouwt een brug, breed minsten 6 M. over het zijkanaal, uiterlijk twee en een half jaar na den datum van ingang van het erfpachtsrecht en zal geschikt moeten zijn voor gewoon rijverkeer.
Zoolang de brug niet gereed is, zorgt de Gemeente voor een doelmatige verbinding tusschen de beide oevers van Zijkanaal I, door middel van een schouw en wel ter plaatse als door B en W, in overleg met de erfpachtster, zal worden vast gesteld.”

Vanaf de brug maakte de weg, de Cornelis Douwesweg, een korte draai naar links en volgde het dwarskanaal bijna vierhonderd meter naar een identieke basculebrug die toegang gaf tot de werf.
(deze brug kunt u nu aanschouwen bij de Westergasfabriek).

Verder is nog vermeld: “De bediening van de brug of de schouw, met inbegrip van de seinmiddelen, zal volgens de door het Rijk te stellen voorwaarden, door en voor rekening van de erfpachtster moeten geschieden, totdat wederom een oppervlakte van minstens 11 HA. gemeentegrond in den Noorder IJpolder in erfpacht is uitgegeven.” 

Toen de bouw van Tuindorp Oostzaan in gang werd gezet en ook de N.V. Nederlandsche Dok Maatschappij zich ten westen van de NSM in de polder ging vestigen, werd aan deze voorwaarde voldaan en kwam de bediening van de brug over het Zijkanaal I ten laste van de gemeente Amsterdam. Een gevolg was verder dat de Cornelis Douwesweg werd doorgetrokken en afboog naar Tuindorp Oostzaan. Deze bocht ligt nog steeds daar waar nu de fietstunnel is die aansluit op de Meteorensingel.  In de vijftigerjaren is de ‘Lange Brug’ vervangen, lag de Klaprozenweg in het verlengde daarvan en vond die via het ‘Hoge Land’ aansluiting tot de Meteorenweg. Het oorspronkelijke stukje Cornelis Douwesweg is nu nog steeds aanwezig maar om niet geheel duidelijke reden onderdeel geworden van de tt. Vasumweg. Een historisch stukje weg.
De ‘Lange Brug’ is nooit de officiële naam geworden van de brug, en nu na de aanleg van de recente brug, heeft deze in 2017 wél een naam gekregen, de NSM-brug. Als eerbetoon aan de eerste industriële onderneming in de Noorder IJ polder. 

Ruud van der Sluis
Stichting NDSM-Herleeft


© 2020 Ruud Borman / Ruud van de Sluis
Op deze publicatie berust auteursrecht. Zie Colofon.

Overzicht alle afleveringen Amsterdam-Noord van Y tot stadsdeel.

Ruud Borman maakt deze series geheel op eigen titel.
Reageren? U kunt contact met de redactie opnemen via de link onderaan de website. Wij sturen dan uw mail aan Ruud Borman door.

Op de hoogte blijven van toekomstige artikelen in deze serie?
Schrijf u dan in op de nieuwsbrief


Amsterdam Noord

Waardeer onze website!!

Als je onze website waardeert en je waardering wilt laten blijken met een vrijwillige bijdrage: graag!
(PS, wil je de overmaking helemaal afronden? We zien best vaak niet afgeronde overmakingen staan en dat is zonde)



Mijn gekozen vrijwillige bijdrage € -