Overstroming

Ik ben getuige geweest van een echte overstroming. Op 1 februari 1953 maakten we bibberend van de spanning via de radio de catastrofe mee in Zeeland en omstreken. Maar die bedoel ik niet. Ik was met eigen ogen getuige van een andere overstroming! Vergeleken met die van Zeeland was deze onbeduidend, maar natuurlijk niet voor de slachtoffers. Het nieuwsfeit ging als een lopend… nee, in dit verband is vuurtje niet op z’n plaats, want het ging over de ramp in Tuindorp Oostzaan, de woonwijk die in de nacht van 14 januari 1960 onderliep. Binnen de kortste keren was de ramp in heel Noord bekend. Misschien nog wel verder dan Noord, maar verder dan Noord kon ik niet kijken. De sociale media moesten nog uitgevonden worden.

Levendig herinner ik me nog hoe een grote groep ramptoeristen – onder wie ikzelf – op de winterse donderdagmiddag van de veertiende januari aan het begin van de Meteorenweg zich vergaapte aan de ondergelopen wijk. Ik wist wel van zijn bestaan af met zijn prachtige  namen van hemellichamen, maar alleen omdat er een paar medeleerlingen woonden. ‘En moet je nou elke dag dat hele eind naar school fietsen?’ Dat was voor mij Tuindorp Oostzaan.

In die nacht was de dijk van de Noorder IJ-polder aan Zijkanaal H doorgebroken. Het ijskoude water verraste de bewoners in hun slaap. Opmerkelijk snel (voor die dagen) kwam de hulpverlening op gang, onder wie een groot aantal scholieren die er een tastbare herinnering in de vorm van een medaille aan overhielden. Op 29 januari, dus ongeveer twee weken later al, mochten de bewoners weer terug naar hun huizen. De overheid vergoedde de schade financieel zo ruim dat het verhaal gaat dat menige huurder in stilte bad: ‘Geef ons heden ons dagelijks brood en als het even kan nog een watersnood.’ Verhuurders waren minder te spreken, zij kregen niets vergoed.

Vele jaren later kwam de overstroming nog eens ter sprake bij een heel toevallige ontmoeting op een heel andere plek (Alkmaar) in een heel andere omgeving (verzorgingshuis). De kapper die eens per week het bejaardenhuis bezocht waar mijn schoonmoeder woonde, vertelde en passant dat hij uit Tuindorp Oostzaan kwam. Bam, kwam de overstroming ter sprake. Hij vertelde: ‘Mijn vader had een kapperszaak in Tuindorp Oostzaan. Weet je dat ook Prins Bernard een bezoek aan de wijk heeft gebracht? Zijn komst was zo onverwacht dat de mensen die hij zou ontmoeten niet ‘geselecteerd’ waren. Zo stapte hij spontaan de kapperszaak van mijn vader binnen, net op het moment dat die druk aan het werk was om de vloer droog te dweilen. Nee, haha, hij gaf Prins Bernard net geen bezem in zijn handen om ook aan te pakken. Prins Bernard begon een praatje, maar de oren van mijn vader stonden meer naar dweilen dan naar babbelen. Dus na een minuutje uitwisselen van gemeenplaatsen zei mijn vader: ‘Nou moest u maar weer gaan, want ik heb wel wat anders te doen.’

Het leuke is dat het nog op film schijnt te staan ook. Maar ja, waar?

Dick de Scally


© 2026 Dick de Scally. Op deze publicatie berust auteursrecht.

Een column van Dick de Scally
Dick schrijft zijn columns geheel op eigen titel.

Overzicht van Dick zijn columns.


Gerelateerd:
Website begraafplaats De Nieuwe Noorder


Amsterdam Noord