Sollicitatie als instapbegeleider

oktober 30, 2017 by  
Filed under Verhalen

Sollicitatie als instapbegeleider
Pontjesverhalen


Sinds eind augustus heeft het GVB zogeheten instapbegeleiders in dienst. Zij moeten tijdens de spits er voor zorgen dat de stroom fietsers en voetgangers van de pontjes tussen het Centraal en de Buiksloterweg in goede banen wordt geleid. Zodat de mensen elkaar niet in de weg lopen en het allemaal soepeler gaat.

Instapbegeleiders; eigenlijk is het een foute benaming. Want je stapt niet in een pont, wel in een bus of metro. En als je in de boot wordt genomen, dan word je voor de gek gehouden. Het zijn eerder opstapbegeleiders.

Laatst heb ik ze aan het werk gezien. Jongens en meisjes die de aanstormende fietsers vragen af te stappen, voordat ze het pontje betreden. En ze proberen de mensen te laten wachten totdat de aangemeerde pont helemaal leeg is.

Mijn vriendin zei: “Is dat geen leuke baan voor jou? Ben je de hele tijd in de buurt van de pontjes. Word je vast gelukkig van.” Ik vond het een goed idee, dus heb ik vorige week gesolliciteerd. Een dag later werd ik al uitgenodigd voor een gesprek.

Ik vertelde de mensen van het GVB dat ik zeer gemotiveerd was, omdat ik nou eenmaal van de pontjes houd. Ik zei ook dat ik vriendelijk ben, dat het me vast lukt om mensen van hun fiets te krijgen. Of om ze tegen te houden als ze het pontje te snel op willen. Ik maakte ze wijs dat ik vijf talen sprak, handig met al die toeristen in de stad, tenslotte moet je altijd een beetje overdrijven tijdens zo’n gesprek. Ik ben er maar niet over begonnen dat opstapbegeleider een betere benaming is, want ik wilde ook weer niet als een wijsneus overkomen.

Het gesprek ging volgens mij prima. Misschien heb ik aan het eind niet helemaal de goede antwoorden gegeven. Ze vroegen wat ik zou doen als mensen niet van hun fiets wilden afstappen. Ik wilde doortastend overkomen en zei dat ik ze dan wel van hun fiets zou afslaan. En wat ik zou doen als mensen te vlug het pontje op wilden. Daar wist ik niet zo snel een antwoord op. “Kan ik geen wapenstok krijgen?” vroeg ik. “Dan kan ik ze in bedwang houden en als het moet een klap verkopen.”

Morgen belt het GVB me en hoor ik of ik word aangenomen.

Ruud van Dijk

Reageren? Stuur uw e-mail naar Ruud van Dijk

Op de hoogte blijven van toekomstige pontjesverhalen?
Schrijf u dan in op de nieuwsbrief 

Stress

september 30, 2017 by  
Filed under Verhalen

Stress
Pontjesverhalen


Jaren geleden had je nog geen pontjes vanaf de NDSM-werf. Moest ik helemaal vanuit Tuindorp- Oostzaan naar de Buiksloterweg fietsen om aan de overkant van het IJ te komen. Duizenden keren heb ik die afstand afgelegd, over de lelijke Klaprozenweg en de troosteloze Van der Pekstraat. Dat duurde bij elkaar ongeveer vijftien minuten: vijf minuten tot de brug over het zijkanaal I, vijf minuten naar het Mosveld en nog eens vijf minuten naar het pontje. Onderweg keek ik regelmatig op mijn horloge om te zien of ik wel op tijd was. Kwam ik halverwege de Van der Pekstraat al de fietsers tegen die van het pontje kwamen, dan wist ik dat het spannend zou worden. Kwamen de fietsers me pas tegemoet in de bocht bij het Shell-terrein, dan wist ik dat ik het rustig aan kon doen.

Het pontje missen was trouwens geen groot probleem. Zes minuten later ging er weer eentje, behalve ‘s avonds en in het weekend, dan moest je 12 minuten wachten. Dat was wel balen.

Ongeveer 10 jaar geleden kwam het NDSM-pontje. Ik blij, en met mij vele anderen. Ik kan me nog herinneren dat mensen de schipper aanspraken om hun complimenten te uiten voor deze nieuwe verbinding. Het scheelt een aardig stukje fietsen. Ga ik tien minuten voor het vertrek van huis, dan ben ik altijd ruim op tijd. Maar toch kijk ik halverwege altijd hoeveel minuten ik nog heb. In al die jaren heb ik die pont maar één keer gemist, dat was toen mijn horloge achterliep omdat de batterij bijna leeg was.

Weer op de terugweg naar Noord fiets ik soms opgefokt door de stad als ik per se het pontje van zo en zo laat wil halen. Onderweg kan ik dan binnensmonds schelden op de trage fietsers voor me, of op de toeristen die midden op het fietspad halt houden en overleggen waar ze zijn en waar ze naar toe willen. Mopperen op de voetgangers die zomaar oversteken en de stoplichten die op rood staan. Ik word rustig als ik tegen mezelf zeg: kom, je kan ook een pontje later nemen.

Het vaakst gaat het mis met het pontje vanaf de Westerdoksdijk naar de NDSM. Het probleem is het verschil in vertrektijden. Tijdens de spits en ‘s avonds zijn die anders dan de rest van de dag. En in het weekend is het wéér anders. Probeer dat maar eens te onthouden. Het gebeurt me regelmatig dat ik hard door de stad sjees om het pontje te halen en dat ik halverwege bedenk: nee, hij gaat pas over 20 minuten, alle tijd.

Eigenlijk is het altijd een beetje stress. Haal ik het pontje wel of niet? Soms gaat het bijna mis, ben ik een paar tellen te laat. Maar de schippers zijn meestal aardig en wachten dan even, of laten zelfs de achterklep weer zakken. Fiets ik opgelucht het pontje op. Met mijn duim omhoog.

Ruud van Dijk

Reageren? Stuur uw e-mail naar Ruud van Dijk

Op de hoogte blijven van toekomstige pontjesverhalen?
Schrijf u dan in op de nieuwsbrief 

Inspraakavond

augustus 31, 2017 by  
Filed under Verhalen

Inspraakavond
Pontjesverhalen


Het pontje van 7 uur vanaf de NDSM naar het Centraal haal ik niet, of ik moet me erg haasten. En met het pontje van half acht ben ik waarschijnlijk te laat op het stadhuis om in te spreken bij de commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken. “Hoe laat gaat eigenlijk het pontje naar de Westerdoksdijk?” vraag ik mijn vriendin. Ik ben namelijk vaak in de war over hoe laat die gaat, want overdag, ‘s avonds en in het weekend zijn de tijden allemaal verschillend. Mijn vriendin weet dat het pontje om vijf voor half acht gaat. Dan ga ik het precies redden, schat ik in.

Om iets voor 8 loop ik met mijn krukken het stadhuis binnen. De lift werkt niet, dus dan maar de hoge trap. Op de eerste verdieping de gang links en dan rechts, de klapdeuren door en ik kom uit bij de tribune voor de insprekers. Daar zie ik Annemarie van ‘Geen brug over het IJ’ al zitten, we zwaaien naar elkaar en ik vraag of de stoel naast haar nog vrij is. Als ik plaats neem, stel ik me ook voor aan de buurman die aan de andere kant van me zit. Hij is van de Stichting Luchttunnel en laat me een foto-impressie zien van zijn plan voor een futuristisch uitziende tunnel 40 meter boven het IJ. Om eerlijk te zijn: ziet er best mooi uit.

In de rij van 20 insprekers ben ik de tweede die het woord mag voeren. De eerste inspreker is al klaar als ik pas halverwege het spreekgestoelte ben. De voorzitter vraagt of het wel gaat, zo met mijn krukken, dat hij anders wel een stoel voor me kan regelen. Ik zeg dat het me wel lukt. De voorzitter zegt dat ik 3 minuten spreektijd krijg en dat hij me na twee minuten laat weten dat er dan nog maar een minuut rest.

Ik begin mijn betoog met een grap. Ik roep heel hard “test, test” in de microfoon en stel vast dat ‘ie het doet. Sommige aanwezigen moeten lachen. Vervolgens stel ik mezelf voor en begin met mijn verhaal. Toch wel een beetje zenuwachtig en ik struikel soms over mijn woorden. Voor mijn gevoel ben ik nog maar net begonnen als de voorzitter aangeeft dat ik nog maar 1 minuut heb. Ik ben van mijn stuk gebracht en vraag hem: “Nu al? Dat is snel.” Dan maar een groot deel overslaan en ik ga verder met het einde van mijn betoog. “Kortom [gelach in de zaal], het behoud en de uitbreiding van het aantal pontjes is goedkoper, veel sneller te realiseren, veel flexibeler, groener en veel charmanter.”

Een minuutje later zegt de voorzitter dat mijn tijd om is, maar ik doe net of ik hem niet hoor. Ik besluit met: “Minister Schultz is tegen de bruggen, de provincie is tegen, Rijkswaterstaat is tegen, het Havenbedrijf is tegen, de bewoners van het Java-eiland en de Sixhaven zijn tegen, bij Overhoeks zijn ze ook niet voor. De actiegroep ‘Geen brug over het IJ’ is natuurlijk tegen.” Ik probeer een dramatische stilte te laten vallen en zeg tot slot: ”Eigenlijk is elk verstandig mens tegen.”

Uit de zaal klinkt een applausje. De voorzitter bedankt me voor mijn inbreng en zegt tegen het publiek dat applaudisseren niet de bedoeling is. Ik loop weer terug, onderweg zegt een andere inspreker me dat ik mooi gesproken heb.

Na mij nog een bonte stoet van voor- en tegenstanders van de bruggen. Ik krijg niet de indruk dat de raadsleden en wethouders echt geïnteresseerd zijn in de argumenten tegen de bruggen, dat ze hun mening al klaar hebben. Om half tien houd ik het wel voor gezien en begeef ik me naar de uitgang. Onderweg word ik aangesproken door AT5, of ze me mogen interviewen. Ik ben verrast, maar stem toe. En zo sta ik hen wat later in de hal te woord. Alsof ik niet anders gewend ben, geef ik in een paar zinnen de kern van mijn betoog weer.

Hoe nu weer beneden te komen? Ik vraag een portier of er ergens een lift is. Nee dus. “Dan ga ik maar met de trap,” zeg ik. Hij kijkt me aan en antwoordt: “Wacht maar even.” Vervolgens pakt hij zijn walkietalkie en vraagt ‘aan de andere kant’ of de lift van de burgemeester even naar boven kan komen, omdat er hier een bezoeker staat die slecht ter been is. Wordt geregeld en even later openen de deuren van die lift zich voor me. Ik bedank de portier en sta na een paar tellen weer buiten. Lekker, op dit uur van de dag is het rustig op het Waterlooplein en het zonnetje schijnt. Alle tijd om het pontje van kwart over tien te halen.

Ruud van Dijk

Reageren? Stuur uw e-mail naar Ruud van Dijk

Op de hoogte blijven van toekomstige pontjesverhalen?
Schrijf u dan in op de nieuwsbrief 

Almost lost in Amsterdam

juli 30, 2017 by  
Filed under Verhalen

Almost lost in Amsterdam
Pontjesverhalen


Vroeger gebeurde het regelmatig dat toeristen me achter het Centraal vroegen welk pontje ze moesten nemen om op een bepaalde plek in Noord te komen. En of het wat kostte? Echt, helemaal niets? Een keertje vroeg een groepje Belgen hoe ze aan de overkant moesten komen. Ik was in een jolige bui en zei: “zwemmend.” Vonden ze geinig. Het toeval wilde dat ze uit Antwerpen kwamen, dat ken ik een beetje en zo ontspon er een praatje over hoe leuk die stad is en hoe leuk de onze. Het grote voordeel van Amsterdam: de coffeeshops. Zo te zien hadden ze die al bezocht.

Tegenwoordig vragen de toeristen het me nog nauwelijks. Ze hebben bijna allemaal een smartphone en ontdekken via hun beeldscherm welk pontje ze moeten hebben. Lijkt me trouwens tamelijk ingewikkeld als je uit Japan of China komt. Buiksloterweg in die talen lijkt natuurlijk voor geen meter op Buiksloterweg in het Nederlands. De zelfredzaamheid van de toeristen gaat ook wel eens mis en zo belanden ze in het verkeerde stukje Noord.

Onderweg kijken de toeristen hun ogen uit. Voordat ze opstappen maken ze foto’s van het pontje dat aanmeert, foto’s van elkaar op het pontje, foto’s van EYE en van de A’DAM-toren. Foto’s van de Botel en de duikboot bij de NDSM. Desnoods ook nog wat foto’s van de schepen die ze onderweg op het IJ tegenkomen.

Het gaat voor de toeristen vaak fout vanaf de NDSM naar het Centraal. Ze zitten dan op het verkeerde pontje en komen uit bij de Westerdoksdijk. Je ziet de twijfel in hun ogen als het pontje op een gegeven moment niet rechtdoor vaart, maar rechts afslaat. Ze beginnen dan onrustig heen en weer te lopen en vragen zich af waar ze in hemelsnaam terechtkomen. Westerdoksdijk is toch een beetje ‘in the middle of nowhere’. Vragen ze aan mij of iemand anders hoe ze bij het station of in het centrum komen.

Het GVB geeft deze vaarroutes ook niet handig aan. Op de steiger van de NDSM-werf hing tot voor kort links een bord met ‘centr. station’. Lijkt me ingewikkeld voor de toeristen. Waarom niet een bord dat het pontje naar Centraal Station gaat? En desnoods in een paar talen. Rechts hing een bord met ‘Westerdoksdijk’. Waarom daar niet nog een bord dat het niet de pont naar het Centraal Station is? Scheelt een hoop verwarring. De borden zijn onlangs weggehaald. Zou het GVB het erom doen en vinden ze het lollig om toeristen de verkeerde kant op te sturen?

Vorig jaar was mijn nichtje uit Duitsland enkele dagen bij mij op bezoek. Ik vroeg haar wat ze het leukste van Amsterdam vond. Natuurlijk was ze dol op shoppen in de Kalverstraat en rondneuzen op het Waterlooplein. Maar het leukste vond ze het dagelijkse tochtje met het pontje van de NDSM naar het Centraal en weer terug. “Das war ganz super.”

Ruud van Dijk

p.s.
Die Belgen sprongen toentertijd daadwerkelijk het water in om naar de overkant te zwemmen. “Doen we in Antwerpen ook regelmatig om aan de andere kant van de Schelde te komen,” zeiden ze. Ik weet niet hoe het met ze is afgelopen.

Reageren? Stuur uw e-mail naar Ruud van Dijk

Op de hoogte blijven van toekomstige pontjesverhalen?
Schrijf u dan in op de nieuwsbrief 

De liefde en de pontjes

juni 30, 2017 by  
Filed under Verhalen

De liefde en de pontjes
Pontjesverhalen


“Je bent vijf minuten te laat,” roep ik lachend als ze aan komt fietsen. Ze parkeert haar fiets en antwoordt: “Ja, vijf minuten te laat, of een half uur te vroeg met een pontje eerder. Dan maar vijf minuten te laat.” Zo begint onze eerste date op het grasveld bij Noorderlicht. Het is 5 over 8, een donderdagavond in mei 2010. En het is volle maan..

We waren jaren collega’s. Vanaf het begin vond ik haar hartstikke leuk, maar ja, ze had kinderen, en een vriend (dacht ik). Zij vond mij ook meteen erg leuk, maar ja, ik had een vriendin (dacht zij). Zo hebben we vaak op het werk naar elkaar uitgekeken, zonder daar iets mee te doen. Een jaar geleden verloor ik mijn baan en kwam ik haar niet meer tegen. Tot vorige week op het feestje van een gemeenschappelijke vriendin. We praatten honderduit en hadden eigenlijk alleen oog voor elkaar. Bleek ze helemaal geen vriend te hebben en ik dus geen vriendin.

Een paar dagen later kreeg ik een mailtje van haar. Ze had vlinders in haar buik, schreef ze. Of ik die ook had? Zo niet, jammer, dan zouden ze vanzelf weer wegvliegen. Ik sprong een gat in de lucht en antwoordde dat ik ook vlinders voelde. Had ze soms zin in een afspraakje bij Noorderlicht?

We zijn allebei zenuwachtig als we elkaar op het grasveld kussen. We betreden het café en doen ons de rest van de avond tegoed aan biertjes en shagjes. Een beetje schuchter houden we soms elkaars hand vast. Bij het afrekenen zegt de ober dat hij zulke goede ‘vibes’ bij ons voelt. We lachen en vertellen hem dat dit onze eerste date is. Buiten is de maan inmiddels bijna achter de wolken verdwenen. We gaan op een luie bank zitten en zoenen voor het eerst uitgebreid.

Tot het tijd voor haar is om het laatste pontje naar de stad te halen. Ze is echter haar fietssleuteltjes kwijt en dreigt daardoor de oversteek te missen. “Spring maar bij mij achterop,” zeg ik en zo sjezen we naar de aanlegsteiger. We zijn er ruim op tijd en kunnen verder gaan met zoenen. Het pontje legt aan en na enkele minuten zwaait de kapitein naar ons. Hij roept: “Dit is het laatste pontje, dus als jullie mee willen…” We denken dat er nog wel eentje naar het Centraal zal gaan, dus zeggen we dat het niet nodig is. Weten wij veel.

Uiteindelijk fietsen we een stukje richting mijn huis. Bij de Klaprozenweg nemen we afscheid. Ik leen haar mijn fiets voor het pontje aan de Buiksloterweg. Zelf hoef ik maar een kwartiertje te lopen. Nou ja, ik zweef bijna.

De volgende jaren komen we elkaar regelmatig tegen als mijn pontje ‘s ochtends om half negen bij de Tasmanstraat aanmeert. Ik onderweg naar mijn werk in Geuzenveld en zij onderweg naar haar werk in Noord. We omhelzen elkaar, niet te lang, anders mist ze haar pontje.

Ruud van Dijk

Reageren? Stuur uw e-mail naar Ruud van Dijk

Op de hoogte blijven van toekomstige pontjesverhalen?
Schrijf u dan in op de nieuwsbrief 

Toevallig weerzien

mei 31, 2017 by  
Filed under Verhalen

Toevallig weerzien
Pontjesverhalen


Op de fiets onderweg naar het NDSM-pontje passeer ik een man van ongeveer vijftig jaar. Hij staat op de stoep, met zijn fiets ondersteboven en hij prutst met een schroevendraaier aan de ketting. Tot mijn verrassing stopt hij met die fiets honderd meter verder naast me als ik bij het stoplicht wacht. We raken in gesprek over het nut van daar wachten en zijn het eens: auto’s kunnen op die plek zomaar van alle kanten verschijnen, als fietser heb je dat van te voren niet door. En we zijn beide types zonder haast. Nadat het stoplicht op groen springt fietsen we nog honderd meter samen op. We zeggen elkaar gedag, als hij linksaf slaat en ik rechtdoor ga.

Hij is sneller dan ik, want op het pontje staat hij al op het achterdek als ik aan kom fietsen. Ik rem en ga naast hem staan. “Nou, dat is toevallig,” zeg ik. En we zetten ons gesprek voort. Ik vertel hem dat ik onderweg ben naar een fietsenmaker om mijn eigen ketting te spannen of te vervangen. Hij is onderweg naar zijn fietsenmaker om de fiets weg te geven. Hij had de fiets bij het vuil gevonden en had ontdekt dat de ketting van het tandwiel afliep als hij kracht moest zetten. En als je Tuindorp Oostzaan verlaat moet je altijd wel ergens een helling beklimmen.

“Volgens mij ken ik je ergens van,” zeg ik, “zit je niet af en toe op één van de bankjes in de Molenwijk?” Nee, daar zit hij nooit, maar het blijkt dat hij een paar honderd meter bij me vandaan woont. Dus grote kans dat we elkaar al meer dan eens op straat zijn tegengekomen.

Wat later komt een man per brommer het pontje oprijden en stopt naast ons. Hij en mijn metgezel groeten elkaar en schudden handen. Wat later vragen ze zich of waar ze elkaar eigenlijk van kennen. Was het van een coffeeshop in Noord? Of was het van een café? De sportschool? Want, ken je die, of ken je die soms? Na enig gissen komen ze erachter dat het de coffeeshop was.

Mijn metgezel had namelijk vroeger een coffeeshop in de Van der Pekstraat. “Ken ik niet,” zeg ik, “was dat soms voor mijn tijd?” Ik woon inmiddels bijna 20 jaar in Noord, maar die coffeeshop was er dus eerder. Het wordt zo een gesprek over wat wij in ons leven aan drank en drugs hebben gebruikt en nog gebruiken, of juist niet meer.

De eigenaar van de coffeeshop vertelt hoe hij met zijn weed duizenden guldens verdiende. De man van de brommer vertelt over de grote hoeveelheden coke die hij vroeger snoof. Ergens blijkt het toch te zijn misgegaan in hun beide levens, want ze kampen al jaren met grote schulden door de boetes de ze hebben gekregen. Boetes voor te snel rijden, of voor meer duistere zaken. Maar ze zijn bijna klaar met afbetalen. De man van de brommer zegt dat hij zelfs een document op zak heeft om aan de politie te kunnen laten zien als ze hem aanhouden. Dat de politie hem niet zomaar kan oppakken, omdat hij zijn leven aan het beteren is.

Levensverhalen in 6 minuten tijd. Bij de Westerdoksdijk verplaatsen we ons naar het voordek van het pontje. We meren aan. We steken onze duimen op en zeggen elkaar gedag. Daarna gaat ieder zijns weegs.

Ruud van Dijk

Reageren? Stuur uw e-mail naar Ruud van Dijk

Op de hoogte blijven van toekomstige pontjesverhalen?
Schrijf u dan in op de nieuwsbrief 

 

Schrijf U in op de nieuwsbrief van AmsterdamNoord.com!

 

Ontvang regelmatig nieuws over Amsterdam Noord met onderwerpen zoals het nieuws, aankomende evenementen, wetenswaardigheden, cultuur, parkeren en bereikbaarheid.




 

Schrijf je in op de nieuwsbrief!