Kappers en Schapenscheerders

Schapenscheerders

Ook in Amsterdam Noord moesten jongens vroeger natuurlijk naar de kapper. Toen we nog heel jong waren, bracht onze moeder ons op de fiets naar de kapper. Mijn oudere broertje achterop en ik dan voorop in het stoeltje aan het stuur.

Zo lang ik mij kan herinneren, gingen we naar mijn ome Jan op het Purmerplein in Nieuwendam. Ome Jan was een echte oom, een broer van mijn moeder en hij woonde met zijn vrouw tante Maartje en zoon Jan boven de zaak zoals dat in die tijd heette. Ome Jan was voor ons een hartelijke man die het waarschijnlijk leuk vond om zijn beide neefjes te mogen knippen. Voor mijn moeder was het tegelijkertijd een mogelijkheid om geld uit te sparen want ome Jan rekende natuurlijk nooit het volle pond. Na afloop kregen mijn broertje en ik als mijn moeder het knippen betaald had, altijd een dubbeltje of vijftien cent als zakgeld van ome Jan dus voor ons was het helemaal een win-win-situatie. In ieder geval klommen wij om de beurt met plezier op de hoge kapperstoel die speciaal voor kinderen was. Ome Jan pakte dan de schaar of de tondeuse en schoor en knipte de blonde haren bij mijn broertje en bij mij de blonde krullen weg.

Toen we ouder waren, fietsten mijn broer en ik op onze door mijn vader opgeknapte fietsen zelf vanaf de Wingerdweg naar het Purmerplein in Nieuwendam. Dan kregen we geld mee van onze moeder en konden we zelf een beetje onderhandelen met ome Jan hoe kort wij ons haar wilden hebben. Door de opkomst van de Beatles en de Stones wilden wij zo vanaf ongeveer 1962 ons haar niet meer zo kort als gebruikelijk was in die tijd. Ome Jan was meegaand en zelfs kneedbaar en deed meestal wat wij wilden. Eigenlijk dus een hele lieve man die misschien stiekem zelf wel een beetje excentriek wilde zijn. En misschien wel meer! In ieder geval deed hij zijn best om naar ons te luisteren en onze haren niet in het toen zeer bekende bloempotmodel te knippen. Gelukkig was mijn moeder het daarmee eens.

Ome Jan vertelde tijdens het knippen altijd mooie verhalen wat hij zou gaan doen als hij uiteindelijk met pensioen zou gaan. Toen hij jong was, hield hij van fotograferen en die hobby zou hij weer oppakken. Samen met mijn moeder maakten ze vroeger foto’s met een kleine vierkante boxcamera maar wel een met een Zeiss Ikon lens en drukten ze ook samen foto’s af in zelf gefabriceerde donkere kamer. Het leuke is dat ik dit cameraatje nog steeds in mijn bezit heb en misschien is het inmiddels een antiek verzamelobject. Ome Jan wilde ook gaan reizen als hij gestopt was met werken en dat combineren met het maken van mooie foto’s. Helaas kreeg ome Jan toen hij 63 jaar was een beroerte en overleed. De wijze les die ik hieruit getrokken heb, is dat je alle leuke dingen die je wilt doen, niet moet uitstellen. Als het kan, meteen doen! Dit heb ik altijd onthouden. Daarom hebben wij vele reizen gemaakt en dat begon al toen we nog aan het werk waren. Het motto GENIETEN staat nu nog steeds hoog op ons wensenlijstje. Het verhaal van ome Jan was voor mij een wijze levensles.

Zoals gezegd:
Mijn broertje en ik
moesten er altijd
netjes uitzien.

Een nare ervaring met betrekking tot haarknippen, gebeurde iets later tijdens de vakantie. Van jongsaf aan gingen wij ieder jaar vijf weken in juli en augustus op vakantie naar ons buitenverblijf (ahum tenthuis) op de voormalige boomkwekerij Carpediem in Groet. Iets voorbij Schoorl en net iets voor Camperduin. Het kwam natuurlijk voor dat wij ook in de vakantie naar de kapper moesten. Ik had in die tijd nog steeds veel krullen en dat werden er meer als mijn haar langer werd. Hoewel mijn moeder altijd gek was op mijn krullen moest ik maar ook mijn broer er ook in de vakantie netjes uitzien. Het was – denk ik – 1962, ik was een jaartje of twaalf en mijn broer die al jarenlang twee jaar ouder was, zal dus veertien geweest zijn. Het was de 2e week van de vakantie en de kapsels van mijn broer en mij konden echt niet meer, tenminste dat vond mijn moeder. We moesten naar de kapper. Hoopvol gingen mijn broer en ik dus lopend vanaf de voormalige boomkwekerij naar de kapper. Het was de eerste winkel aan de linkerkant op ongeveer 10 minuten lopen aan de Heereweg. Het was een echte dorpskapper. En dan wel één in de meeste letterlijke zin en dat had mijn broer en mij aan het denken moeten zetten! Dorpskappers in die tijd en in zo’n gehucht als Groet, het had een waarschuwing moeten zijn voor ons.
Voor alle zekerheid liet ik mijn oudere broer voorgaan. Hij werd als eerste geknipt. Hij was in die tijd donkerblond en het resultaat van de knipbeurt door de locale kapper zag er op het eerste gezicht niet verkeerd uit. Het gaf mij dus voldoende vertrouwen om ook op de verhoogde houten kapperstoel plaats te nemen. Ik kreeg de kapperscape omgeknoopt en vol enthousiasme en in een rap tempo viel de dorpskapper vervolgens aan op mijn goudblonde krullen. De krullen verdwenen een voor een en vielen op de grond. Ik kreeg een heel onbehaaglijk gevoel. Dit ging volledig de verkeerde kant op. Er mocht wel een stuk van mijn haar af maar ik wilde geen kale kop en zeker geen bloempotmodel meer. Die tijd was geweest! Maar die kant ging het nu wel op. De dorpskapper was beslist in zijn element en ik werd steeds stiller en het huilen stond mij nader dan het lachen. Waar deze dorpskapper geschiedenis had kunnen schrijven door mij met een mooi geknipt hoofd de straat op te sturen en zodoende een geheel nieuwe klantenkring (namelijk de toeristen) aan te boren wanneer ik in de dorpsstraat en op het strand flaneerde, heeft hij mijn mooie kop met krullen geruïneerd tot een woestijnvlakte met hier en daar een plukje helmgras. Het kon niet anders dat deze gefrustreerde dorpskapper bezig was met toeristje pesten! En nog wel een jongen van pakweg 12 jaar.
Verdrietig maar vooral boos ben ik van de kapperstoel afgesprongen, heb woest de kapperscape van mij afgegooid en ben de winkel uitgerend. Mijn oudere broer heeft – neem ik aan – voor ons beiden betaald, ik weet het niet zeker maar waarschijnlijk hadden ze hem anders niet laten gaan of opgesloten in het kolenhok totdat zijn moeder hem zou komen halen. Naar volk dus die dorpskappers.

Schapen
Een weiland in de buurt van Groet. Gelukkig nog met haar op ons hoofd!

Terug in ons vakantieverblijf heb ik mijn moeder gezworen dat ik nooit maar dan ook nooit meer naar deze schapenscheerders toe zou gaan. Tot op de dag van vandaag heb ik dat ook vol gehouden hoewel de hoeveelheid haar die ik tegenwoordig op mijn hoofd heb, overeenkomt met toen de dag in juli 1962.


Bekijk alle afleveringen herinneringen Harry van Santen de Hoog

© 2022 Harry van Santen de Hoog. Op deze publicatie berust auteursrecht.


AmsterdamNoord.com Schapenscheerders

Waardeer onze website!!

Als je onze website waardeert en je waardering wilt laten blijken met een vrijwillige bijdrage: graag!
(PS, wil je de overmaking helemaal afronden? We zien best vaak niet afgeronde overmakingen staan en dat is zonde)



Mijn gekozen vrijwillige bijdrage € -