In 1977 zong Raymond Van Het Groenewoud:
“Meisjes, ze maken ons kapot, meneer
Ze maken ons te zot, meneer”.
En verderop in het liedjes
“Meisjes zijn ’t allermooist op aard, meneer”.
En zo is het. Ook voor een doodgewone jongen uit Amsterdam-Noord. Het begon in 1963 aan het begin van mijn middelbare schooltijd op het Leeghwater lyceum in Amsterdam Noord.
Daar op de HBS begonnen de hormonen een rol te spelen in mijn denken en doen en dat kwam o.a. door Dea en Dolly. Bij sommige lessen zaten ze voor mij in de klas. Je probeerde dan stoer te doen en indruk te maken en soms lukte dat. Natuurlijk was het voor ons allen heel nieuw en spannend.
Later was daar op school Ineke, die op Marianne Faithfull, de toenmalige vriendin van Mick Jagger leek. En daar was Annie die een klas hoger zat en waarschijnlijk niet eens wist dat ze een aanbidder had in een lagere klas. Vervolgens kwamen er de vakantieliefdes. Toen ik in 1965 in de vakantie met een vriend op de camping De Woudhoeve in Egmond stond, was daar Anita uit Coevorden. Ik zou best willen weten hoe het haar vergaan is in het leven maar ik ben haar achternaam vergeten en “Anita uit Coevorden” op Facebook intikken, leverde teveel hits op. Het was duidelijk dat ik in die periode een zwak had voor meisjes die leken op Marianne Faithfull. Anita uit Coevorden leek beslist ook op haar. Zij was ook een beetje geheimzinnig. Zij verbleef die zomer met haar ouders in een vakantiehuisje in Aagtdorp, vlakbij Schoorl. Na de vakantie schreven we elkaar en na een paar weken kwam Anita op een doordeweekse dag zelfs helemaal liftend vanuit Coevorden naar Amsterdam Noord om mij te zien. Waarschijnlijk spijbelde ze van school maar dat weet ik niet meer zeker. Het was echter wel goed voor mijn zelfvertrouwen. Zo jong en dan al een aanbidder?
Mijn ouders waren beiden aan het werk dus ik had het rijk alleen, die dag. We lagen die middag op mijn opklapbed in mijn slaapkamertje maar we hebben alleen maar gezoend en geknuffeld. Anita was echt verliefd op mij en ik vond haar leuk maar vooral interessant en heel zelfstandig. Net vijftien en al zo’n ondernemend typje, zal ik maar zeggen. Helaas, de afstand Amsterdam Coevorden was te groot. Na enkele weken stopten we met elkaar te schrijven. Misschien had ik het op dat moment nog wel te druk met mijn voetbalcarrière.
Toen ik het jaar erna in 1966 met mijn beste vriend naar de camping Kogerstrand in De Koog op Texel ging, ontmoette ik daar op het strand Anne. Het was een prachtige zomer en Anne was leuk en mooi. Ik maakte mooie foto’s van haar op het parelwitte strand van Texel. Na de vakantie duurde het nog enkele weken waarin ze mij inspireerde tot het schrijven van gedichten.
Een van de gedichten die ik in mijn aantekening tegenkwam, gaat als volgt:
Eerste liefde
Jij viel mij op
op zekere dag
Een mooi gezicht
een gulle lach
De zon en jou
die nam ik mee
Daar van het strand
aan de zee
Wij lagen daar
in het witte zand
Jij werd bruin
en ik verbrand
De zon en jij
die mij verblindde
toen ik jou beminde
Ik was als de dood
dat ik mij zou vergissen
als ik mijn ogen sloot
ik jou zou missen
En deze droom
niet waar zou zijn
Toch was het waar
maar niet voor lang
Het duurde slechts
drie weken lang
De zon ging weg
Het zand werd zwart
Ik had mijn vuurdoop
wel gehad
1966 HvSdH
De wereld ging echter door. Er kwamen daarna nog een aantal vriendinnen die echter minder indruk hebben gemaakt. Dat veranderde echter in de zomer van 1967 op een muziekfeest ergens Noord. In de pauze was er een modeshow. Daar stond ze! Op het podium. Ze trok meteen mijn aandacht. Brutaal keek ze de zaal in. Lange blonde haren en een uitdagende blik. Ik was meteen verkocht. Ik deed navraag bij vrienden en een oude klasgenoot kon mij vertellen dat ze Silvia heette en dat ze ook in Amsterdam-Noord woont.
In die tijd ging ik ook op zaterdag uit in Club 67, in de Korte Leidsedwarsstraat in het centrum. Eind jaren zestig was dit echt een Topclub voor jonge mensen die van mooie modieuze kleding hielden. Je moest er in ieder geval verzorgd uitzien om binnen te komen. De portier bekeek je en hij besliste of je toegang kreeg. Ik droeg een mooie witte koltrui, een mooi colbertje en een broek met uitlopende pijpen. Ik kocht in die tijd mijn kleding bij Tip de Bruin van de Nieuwendijk.
Zijn zoons voetbalden ook in de Volewijckers. In ieder geval paste mijn kleding precies bij Club 67 Als je dan na afloop van de avond nog een praatje maakte met de portier en je gaf hem een leuke fooi dan wist je zeker dat je de volgende week ook weer naar binnen mocht. De muziek welke door dj Freddie gedraaid werd, was Sweet Soul Music. James Brown, Sam & Dave, Aretha Franklin, Marvin Gaye, Booker T & MG’s e.d. afgewisseld met rustige popmuziek. Rond de kleine dansvloer werden de zitjes, veelal bezet door groepen van vrienden. In de looppaden stonden de “vrije vogels” op zoek naar een leuke vriend of vriendin. Op een zaterdagavond was ze daar ook. Ze was daar met een vriendin die dan weer bij mij op de Lagere School had gezeten. Daardoor was het makkelijk om contact te leggen. Silvia vertelde dat ze geregeld in Club 67 kwam en dat ze intern in Heiloo werkte. Toen dj Freddie How Sweet it is to Be Loved by You van Jr. Walker & The All Stars inzette, gingen wij de dansvloer op.
Na een kwartier echte soul kwam er een blok met rustige muziek. Toen To Love Somebody van de Bee Gees werd
ingezet, kwam ze naar mij toe en ik sloeg mijn armen om haar heen. Wij zwijmelden weg. Het werd een leuke avond en we spraken af dat we elkaar daarna beslist weer wilden zien. We werden verliefd. De weken die volgden, waren geweldig. Ieder moment dat we bij elkaar konden zijn, waren we samen.
Als ik in het weekend alleen thuis was, gingen we ook wel eens naar mijn huis. Dan hadden we het rijk alleen. We luisterden samen naar onze favoriete muziek zoals Nights In White Satin van de Moody Blues. Bij Baby, I Want You van Bob Dylan zongen we elkaar uitdagend toe en knuffelden we elkaar en soms meer. We hadden het heel fijn samen. Toch ging het mis. We waren beiden nog te jong. Misschien wel te jong om ons te binden. Uiteindelijk maakte Silvia het uit en ik was diep beledigd. Dagenlang lag ik thuis op mijn slaapkamertje I’ll never fall in love again mee te zingen om af te kicken en uiteindelijk heb ik mijzelf “opgekrikt” en ben verder gegaan.
Een paar maanden later ben ik haar nog een keer tegengekomen op de Tolhuispont richting Amsterdam-Noord. Waarschijnlijk kwam ze van haar werk en ging ze naar huis. Het waaide en het was koud die avond maar het waait altijd op de Tolhuispont richting Noord. Ook tussen ons bleef het die avond ijzig koud. We keken naar elkaar maar hebben geen woord gewisseld. Ik was nog steeds te gekrenkt en te trots om een gesprek te beginnen! Toen de pont bij de steiger in Amsterdam Noord aankwam en de klep naar beneden ging, liepen we achter elkaar de pont af naar onze eigen bushalte zonder elkaar nog een blik waardig te gunnen.

(Foto Ben van Meerendonk, collectie IISG, Amsterdam) (Some rights reserved)
Silvia bleef lang in mijn gedachten rondhangen omdat ik moeite had te accepteren dat het over was. Zij was de eerste waar ik echt van onderste boven was maar nu, na vele jaren later, is zij slechts een herinnering maar wel een hele mooie. Echter, herinneringen vervagen en een mens op leeftijd wordt vergeetachtig.
Dit is een bewerking uit het boek “Herinneringen Van Een Doodgewone Jongen Uit Amsterdam Noord“.
Bekijk alle afleveringen herinneringen Harry van Santen de Hoog
© 2023 – 2026 Harry van Santen de Hoog. Op deze publicatie berust auteursrecht.
Wilt u contact opnemen met Harry van Santen de Hoog?
Dat kan via het reactie formulier van Harry.

