Bier en bitterballen

 
Bier en bitterballen
 
Pontjesverhalen
 

Soms ben ik heel asociaal. Glip ik vanaf de steiger langs de mensen die het pontje verlaten, om aldus een zitplaats te veroveren. Laatst was ik zelfs als eerste aan boord. Als ik bij de kuipstoeltjes aankom zit er al een vrouw van 80+, met een rode roos in haar hand. Ik ga naast haar zitten en vraag of ze soms niet van boord moet.

Ze kijkt me aan. “Meneer,” zegt ze “ik blijf nog even zitten.” Even later vervolgt ze: “Weet u, ik heb vorige week mijn man begraven en ik vaar nu een paar keer met de pont heen en weer om hem te gedenken. Dat deden we vroeger namelijk ook heel vaak samen. Bijna elke week hadden we zo ons uitstapje met de ponten heen en weer. En vanaf dat de IJ-kantine is geopend, gingen we dan na afloop daar een biertje drinken en bestelden we een portie bitterballen. Hoewel hij eigenlijk vegetariër was.”

Ik vraag haar wat ze zo speciaal met de ponten hadden.

“Weet u meneer, we hebben elkaar zestig jaar geleden op de pont ontmoet. Had ik hem ‘s ochtends en ‘s middags al heel vaak met z’n fiets in de hand zien staan. Leuke vent, dacht ik. En hij had mij natuurlijk ook gezien. In die tijd kon je niet zomaar als meisje op een jongen af stappen. En het duurde maanden voordat hij de stoute schoenen aantrok. Kwam hij op me af en zei hij: heb ik jou hier niet vaker gezien? Wat een suffe openingszin, dacht ik. Dus ik zei: nee, dit is voor het eerst dat ik op de deze pont ben. Maar ja, zo is het wel gekomen”

Halverwege de overtocht staat ze op en loopt ze naar het achterdek. Daar blijft ze een tijdje bij de reling staan, het lijkt in gedachten verzonken. Vervolgens gooit ze de roos in het IJ en komt weer naast mij zitten.

“Ach, het was zo’n lieve man. Elke week bracht hij een bos rode rozen mee naar huis. En we hebben vier schatten van kinderen gekregen en nog meer kleinkinderen. Hij was de leukste opa die je kan bedenken, altijd in voor een geintje. Ze zwijgt en rilt. “En opeens was ‘ie dood. Werd ik op een ochtend wakker en lag hij levenloos naast me. Ik ben nog nooit zo geschrokken.” Ik zie dat ze vecht tegen haar tranen en leg een hand op haar schouder. Zo blijven we een poosje zitten. Vanuit mijn ooghoeken zie ik sommige passagiers verwonderd naar ons kijken.

De pont meert aan bij de NDSM en we staan beiden op. Ik wijs naar de IJ-kantine en vraag: “Zullen we? Bier en bitterballen? Hoewel ik eigenlijk ook vegetariër ben. Ik trakteer.” Ze glimlacht en knikt instemmend.

Ruud van Dijk

Overzicht “Alle Pontjesverhalen
 
Reageren? Stuur uw e-mail naar Ruud van Dijk

Op de hoogte blijven van toekomstige pontjesverhalen?
Schrijf u dan in op de nieuwsbrief


Gerelateerd: IJkantine


Amsterdam Noord

Waardeer onze website!!

Als je onze website waardeert en je waardering wilt laten blijken met een vrijwillige bijdrage: graag!
(PS, wil je de overmaking helemaal afronden? We zien best vaak niet afgeronde overmakingen staan en dat is zonde)



Mijn gekozen vrijwillige bijdrage € -