In de kaartenbak

Columns

De Dominee C.P. van Eeghenschool in de Kalkoenstraat in Noord was voor mij van 1948 tot 1954 leerschool voor lezen en schrijven, bron van kennis, zaal voor sport en spel, en atelier voor tekenen. De naam van de school en vooral dat Dominee daarin wijst al op een christelijk tintje, beter gezegd een behoorlijke christelijke tint. Bidden bij het begin van de lessen bijvoorbeeld. Maar ja, dat werd zo’n gewoonte net als voeten vegen en je jas op een haakje. Wel kon ik genieten van de Bijbelse verhalen die mijn meester Dral voortoverde. Een ander aspect was het uit het hoofd leren van een versje uit het psalm- en gezangenboek van de Hervormde Kerk. Bij feilloos opdreunen kon je daar een tien mee verdienen, wat toen nog hielp bij het overgaan. Nooit heb ik me afgevraagd of er ook andere geloven waren dan dat van ons. Zoete koek was het, net als de zogenaamd heldhaftige verhalen over Willem van Oranje. Later leerde je wel anders.

Voor de jeugd op de Dominee enzovoort-school was het helemaal geen punt dat ieder jaar een heilige uit de Rooms-katholieke kerk op bezoek kwam. Waarschijnlijk blusten koek, snoep en cadeaus het vuur van de twijfel. Het gebeurde in klasse vijf. Het geloof in Sinterklaas gaat wankelen. Tegen vijf december vroeg meester Dral mij samenzweerderig: ‘Dick, wil je nog even na schooltijd blijven? Ik heb een plannetje.’

Achter in de klas stond een zogenaamde kaartenbak, een afsluitbare kist om de (nu beroemde) schoolplaten van Jetses in te bewaren. Afgesproken werd dat ik heel vroeg op de ochtend van 5 december geschminkt zou worden als Zwart Pietje. Waarom ik? Eenvoudig, omdat ik de kleinste van de klas was en in de bak paste. En ik vond het een eer mee te mogen spelen in dit complot. Vóór schooltijd werd ik geschminkt en vóór de aankomst van de leerlingen kroop ik in de kist. Doodstil zat ik te wachten op een afgesproken teken van Dral. Als ik er nu aan terugdenk, overspoelen mij golven van claustrofobie. Maar ja, dat woord en dat gevoel kende ik toen nog niet.

Meester Dral, geboren verteller, ging aan de slag en er kwam geen end aan. Sjonge, wat duurde dat lang. Alles aan mij, armen, benen, rug, sliep. Toen meester Dral eindelijk eindelijk het afgesproken woord bezigde, maakte ik een hels lawaai door keihard tegen de wand van de bak te slaan. Ik schat dat de hartslag bij de kinderen gevaarlijke hoogten bereikte, hun gegil de geluidsbarrière overschreed en nachtmerries bij veel kinderen gegarandeerd waren. Ik gooide de klep open, ging staan, tadaaaa, en dat was het dan. Nog een sinterklaasversje toe en de viering was weer achter de rug.

Of ik de uitverkiezing tot Zwarte Piet een eer vond, vroeg veel later een vriend. Daar kon ik geen antwoord op geven. De psycholoog in hem analyseerde: ‘Misschien heeft Dral je wel een lesje in nederigheid willen leren. Wacht maar, tot ik zeg dat je wat mag doen.’ Over dat laatste denk ik al mijn hele leven na. 

Dick de Scally


© 2026 Dick de Scally. Op deze publicatie berust auteursrecht.

Een column van Dick de Scally
Dick schrijft zijn columns geheel op eigen titel.

Overzicht van Dick zijn columns.


Amsterdam Noord