Een vorige keer schreef ik al dat ik noodgedwongen aan het opruimen ben geslagen. De verhuizing naar een appartement dwingt nu eenmaal om afstand te doen van dingen omdat de ruimte in een appartement minder is dan in een eengezinswoning. Ik ga daarbij ook door de papieren en artikelen die ik jaren bewaard heb om te kijken of daar nog wat op te ruimen is. Tussen al deze papieren kwam ik een vergeeld krantenartikel tegen uit de vorige eeuw over mijn tante Neeltje. Ik had in mijn jeugd veel tantes in Amsterdam Noord. Mijn moeder kwam uit een groot gezin en mijn opa’s en oma’s kwamen ook uit grote gezinnen dus tantes en omes genoeg.
Tante Neeltje was echter geen echte tante, tenminste niet van mij maar wel van mijn voorouders, heb ik altijd begrepen. Zij is geboren in 1730 en is overleden op 8 maart 1789. Zij had een aardig fortuin opgebouwd als koopmansvrouw in Broek in Waterland, zeg maar een buitenwijk van Amsterdam Noord. Men zegt dat zij in die tijd Rijkste Vrouw van Holland was. Zij was gehuwd met Cornelis Schoon en ze hadden geen kinderen. Ze had wel lastige neven en nichten. Toen tante Neeltje haar naderende einde voelde aankomen, besloot zij dat de neven en nichten niet mochten erven. Zij liet een testament opstellen waarin zij vastlegde dat dit testament pas na 50 jaar geopend mocht worden zodat de lastige neven en nichten buiten spel werden gezet. De overleveringen zeggen dat de erfenis nooit uitgekeerd is en dat het geld(miljoenen guldens) op de Engelse Bank is blijven staan.
Dit verhaal was op de verjaardag van mijn opa en oma Witte regelmatig onderwerp van gesprek omdat mijn opa beweerde dat zijn opa in de 19e eeuw bezig is geweest om de stamboom van Tante Neeltje uit te zoeken. Het verhaal vertelde ook dat op zekere dag er een rijtuig de straat van deze opa van mijn opa inreed en dat hem een boerderij in de Beemster en 6.000 Hollandse guldens werd beloofd. Hij heeft het geweigerd omdat hij vond dat de hele erfenis uitgekeerd moest worden. Kort daarna is deze over-over-over opa overleden.
Hoewel mijn opa Witte heette, was hij ervan overtuigd dat hij een afstammeling was van tante Neeltje. Wij, als kleinkinderen vonden dit natuurlijk een geweldig spannend verhaal want het betekende dat wij als erfgenamen mettertijd dan ook zouden meedelen in de poet!

Ter illustratie liet opa de statuten uit 1901 zien van de “Vereeniging Neeltje Pater”. In mijn boek “Herinneringen van een Doodgewone Jongen uit Amsterdam Noord” heb ik dit verhaal ook al eens genoemd. Wij zijn natuurlijk alweer meer dan een eeuw verder. De groep erfgenamen is inmiddels verder gegroeid. In mijn klas op de middelbare school zat al een Jan Pater en in de andere klassen zaten twee oudere zussen, ook met naam Pater. Later heb ik gewerkt met een Mieke Pater. Voor het gemak neem ik aan dat het allemaal erfgenamen zijn. Tegenwoordig is er veel informatie beschikbaar op Internet. Bij een gedegen onderzoek van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) uit Amsterdam is te lezen dat het testament wel degelijk geopend is en de erfenis uitgekeerd is. Hoewel ik zelf 20 jaar bij de KNAW gewerkt heb, ben ik geneigd dit onderzoek als onjuist te bestempelen maar ook als het wel waar is dan is het lang niet zo’n mooi verhaal als bij ons in de familie werd verteld. Dan is het zelfs een beetje saai. Nee, ik ben geneigd om mijn familie te geloven!
Ter illustratie liet opa de statuten uit 1901 zien van de “Vereeniging Neeltje Pater”. In mijn boek “Herinneringen van een Doodgewone Jongen uit Amsterdam Noord” heb ik dit verhaal ook al eens genoemd.
Bekijk alle afleveringen herinneringen Harry van Santen de Hoog
Auteur: Een Doodgewone Jongen Uit Amsterdam Noord (info om het boek te bestellen)
© 2025 Harry van Santen de Hoog. Op deze publicatie “berust auteursrecht.
Wilt u contact opnemen met Harry van Santen de Hoog?
Dat kan via het reactie formulier van Harry.

